ABBEYFIELD - Geschiedenis


De Abbeyfield Society heeft sinds haar oprichting de zorg voor huisvesting van alleenstaande, steunbehoevende ouderen in Groot-Brittannië tot haar taak gemaakt. De Society is in 1956 opgericht door Majoor Richard Carr-Gomm nadat hij in het jaar daarvoor ontslag had genomen uit zijn benoeming als beroepsofficier bij de Coldstream Guards en zich was gaan inzetten als sociaalwerker in Bermondsey, destijds een van de armste dokkengebieden in Londen. En, zoals Florence Nightingale tijdens de Krimoorlog had ervaren dat haar beste verpleegster om te beginnen het meest nodig was aan de wastobbe, zo ervoer Majoor Carr-Gomm al snel dat zijn beste hulp het meest doeltreffend was in de uitvoering van huishoudelijke karweitjes als wassen, schrobben en poetsen voor die gehandicapten in dat gebied die niet langer bekwaam waren zich op eigen kracht te verzorgen.Op deze manier kwam hij in aanraking met een groot aantal mensen die niet meer in staat bleken op een menswaardige manier een eigen en zelfstandig leven te leiden.

De meerderheid van hen was bejaard, allemaal waren zij eenzaam. Maar ook herkende hij hun sterke wil om onafhankelijk en zelfstandig te blijven, ondanks alles. Nadenkend over de problemen rondom die eenzaamheid ontstond bij Majoor Carr-Gomm het idee om groepjes te vormen van tussen de 4 en 7 van die eenzame mensen die op die manier een gezin vormden zonder familiebanden, met een huishoudster om zorg te dragen voor de gemeenschappelijke ruimten van het huis. De bewoners zouden aldus op een onopvallende manier ondersteuning krijgen, door de beschikking te hebben over een eigen zit-slaapkamer als een thuis binnen het huis, toch hun onafhankelijkheid kunnen behouden. (Momenteel wordt van de bewoners verwacht dat zij hun eigen kamers verzorgen conform de opvatting dat stimulering van eigen inzet bijdraagt aan het geestelijk welbevinden en lichamelijk welzijn). Het idee bleek te werken en al spoedig werd duidelijk dat als van ouderen de zorg voor het dagelijks brood, de zorg voor huisvesting, het verkrijgen van warmte van gezelschap e.d. wordt weggenomen, hun weerbaarheid wordt verhoogd, hun zelfstandigheid langer blijft bewaard dan anders het geval zou zijn. Maar ook wordt de algemene gezondheid beter en eventuele achteruitgang daarin belangrijk vertraagd. Doch alvorens vier kandidaat inwoners voor het eerste Abbeyfieldhuis zich hadden aangemeld moest Majoor Carr-Gomm met meer dan 80 mensen (van wie hij wist dat zij eenzaam en steunbehoevend waren) een gesprek voeren en zelfs van die vier gegadigden trokken er zich twee terug nog voor het Abbeyfieldhuis geopend werd.

Majoor Carr-Gomm had andere geïnteresseerde personen ontmoet in een Methodisten pastorie in Abbeyfield Road (vandaar de naam van de Society), maar het eerste huis werd geopend in Eugenia Road. Het huis bleek al snel succesvol; binnen drie maanden na de opening was het volledig bezet door twee vrouwen en twee mannen als bewoners en een inwonende huishoudster om voor ze te zorgen. Binnen twee jaar werden er zes huizen geopend; allemaal in de wijk Bermondsy. De gemiddelde leeftijd was bijna 80 jaar. In zijn autobiografie ”Push on the door” schrijft Majoor Carr-Gomm dat hij voor de lunch was uitgenodigd door Ds.Tubby Clayton op Tower Hill en dat deze daarbij opmerkte dat oudere mensen, zoals hij, zich in feite op het vertrekperron van het leven bevonden en dat zij dan ook altijd gereed moesten staan om in te stappen als de trein arriveerde om hen mee te nemen. “Tubby” Clayton wist reeds van het werk van de Abbeyfield Society en was bijzonder ingenomen met het feit dat de Society jonge mensen aanspoorde om de ouderen in de tehuizen te bezoeken.

Abbeyfield huizen bieden geen professionele verzorging, maar meer de “thuisverzorging” zoals die zou worden gegeven aan een bejaard familielid in het huis van een gemiddeld gezin. In de begintijd van de Society was de verwachting dat er door de overheid geriatrische diensten zouden worden ontwikkeld om daarmee zorg te dragen voor die bewoners die zoveel verzorging nodig hadden dat die in een normaal Abbeyfieldhuis niet konden blijven. Maar die ontwikkeling van diensten bleef uit en, bijna als een vanzelfsprekende evolutie, startte de Society zelf met het ontwikkelen van “extra zorg” huizen. Het concept van het grote gezin als alternatief voor instellingen werd daarbij zoveel mogelijk bewaard, maar het aantal inwoners moest wel uitgebreid worden om daarmee de noodzakelijke uitbreiding van de staf van het huis zo efficiënt mogelijk te benutten. Op slechts een uitzondering na hebben alle “extra zorg” huizen toch minder dan 25 inwoners en, ondanks het feit dat de praktijk aantoont dat 1 op de 5 inwoners van een gewoon Abbeyfieldhuis op den duur moet verhuizen naar zo’n “extra zorg” huis, wordt daar ook professionele zorg geboden. Het streefprincipe van de Society is en blijft het aanbieden van een zodanige zorg als door een liefhebbende dochter zal worden gegeven aan een bejaarde ouder maar, met een staf die op rond de klok basis wordt ingezet, gedurende de volle 24 uur van de dag.

Abbeyfieldhuizen zijn ontstaan ter vervulling van een behoefte die noch door privaatrechtelijke organen noch door de overheid werden bevredigd. De Society heeft een flexibele benadering voor de ontwikkelingen met betrekking tot de eenzame en steunbehoevende ouderen zoals die thans verschijnen op het gebied van de medische wetenschap, veranderingen in de overheidssubsidiepolitiek en overige technische veranderingen. Vandaar uit hebben zich de “extra zorg” huizen ontwikkeld. Vrij recent is een vorm van eenzaamheid zichtbaar geworden die in een doorsnee Abbeyfieldhuis ook niet zouden worden opgelost. Buitenlanders die naar Engeland waren gekomen op een wat latere leeftijd en die niet in staat zijn om redelijk engels te spreken zullen eerder eenzaam zijn op oudere leeftijd dan hun tijdgenoten die wel vloeiend engels kunnen spreken. Om zo een speciaal probleem toch het hoofd te bieden is onlangs in Londen, met grote steun van de Poolse gemeenschap aldaar, reeds een Abbeyfieldhuis gesticht speciaal, maar niet exclusief, voor Pools sprekende inwoners.

De Abbeyfieldorganisatie berust geheel op het particulier initiatief en is dus niet gebonden aan de overheid en de daarmee samenhangende richtlijnen en normen. Wel maken de bewoners gebruik van de normale sociale voorzieningen, zoals die voor elke burger gelden. Deze opzet is in Engeland dermate succesvol gebleken dat in 1987 reeds het 1000-ste zogenaamde “Abbeyfieldhouse” kon worden geopend.

Aangezien zelfs het uitgebreide Nederlandse voorzieningsstelsel niet altijd aansluit op de verschillende behoeften van ouderen in de hedendaagse Nederlandse maatschappij gebeurt het nogal eens dat ook hier ouderen tussen de wal en het schip terechtkomen.

Het idee om in Nederland een Abbeyfieldorganisatie op te richten is ontstaan tijdens een studiereis naar Engeland, die Brabantse werkers en bestuurders in het ouderenwelzijn in 1985 hebben gemaakt. Tijdens die studiereis kwam men in contact met o.a. de “Abbeyfield Society”. Men werd toen bijzonder getroffen door de warm-menselijke wijze waarop aan alleenstaande, zorgbehoevende ouderen de mogelijkheid werd geboden om in hun normale levensomgeving gehuisvest te blijven met voor zover mogelijk behoud van hun eigen levenswijze.